Veelgestelde vragen: Wetenschappelijk bewijs

Is investeren veilig en geeft het een betrouwbaar rendement op de lange termijn?

Onderzoek laat zien dat investeren veilig is en een betrouwbaar rendement geeft,  zolang je voldoet aan twee voorwaarden:

  1. Je belegt met een gediversifieerde portefeuille
    Bijvoorbeeld door te beleggen in beleggingsfondsen die de ‘markt als geheel’ bestrijken, wat betekent dat je belegt in ALLE bedrijven die op een effectenbeurs geregistreerd zijn).
  2. Je belegt met een lange beleggingshorizon
    Minstens 20 jaar (‘beleggingshorizon’ betekent hoe lang je van plan bent de aandelen aan te houden). In 150 jaar beursgeschiedenis is er nog nooit een periode van 25 jaar of langer geweest waarin de aandelenmarkt als geheel gemiddeld verlies leed, ongeacht op welke dag je begon met beleggen (dus ook niet in de perioden met daarin de grote beurskrach van de jaren 1930)!

Hoe weten we dat beleggen veilig is en een betrouwbaar rendement geeft als aan deze voorwaarden is voldaan? Welk wetenschappelijk bewijs is er voor?

We weten dit vanwege twee redenen.

Ten eerste, er zijn goede beleggingsdata beschikbaar over de afgelopen 150 jaar, onder andere een dataset van Yale University, ontwikkeld door de Nobelprijs-winnende econoom Robert R. Shiller. Je kunt twee conclusies trekken uit deze data:

  1. Hoe langer je belegt, hoe meer je rendement toebeweegt naar het gemiddelde rendement over tijd over alle beleggingen, dus hoe veiliger je belegging is.
  2. Het gemiddelde rendement op de lange termijn over alle beleggingen is 7,0% per jaar. Dit getal is al gecorrigeerd voor inflatie; ongecorrigeerd is het hoger, 9,1%.

Ten tweede, dit is hoe onze economie werkt. Economische theorieën beschrijven goed hoe je in het kapitalisme ‘beloningen’ (d.w.z. geld) hebt voor twee dingen: arbeid en kapitaal. Voor arbeid is de beloning salaris. Voor het uitlenen van kapitaal is de beloning winst. Het is logisch dat het uitlenen van kapitaal over lange perioden gemiddeld een positief rendement geeft. Anders zou niemand meer geld uitlenen of investeren. Met andere woorden, een gemiddeld positieve rendement is een logisch gevolg van het kapitalistische systeem.

Het is logisch dat investeren over lange perioden gemiddeld loont: zo werkt onze economie.

Kunnen jullie wat meer uitleg geven over het wetenschappelijke bewijs?

Jazeker, deze wetenschappelijke basis is belangrijk voor ons bij het ToekomstFonds.

De grafieken hieronder geven in meer detail inzicht in de data van Robert. R. Shiller die we hierboven introduceerden. De grafieken zijn gemaakt met behulp van de data in dit bestand, dat voort bouwt op de data van Shiller. 

De grafieken tonen het gemiddelde jaarlijkse rendement dat je had gehad als je in de ‘markt als geheel’ had geïnvesteerd in de afgelopen 150 jaar (de grafieken beginnen bij 1871 omdat er vanaf dat jaar goede data beschikbaar zijn over de aandelenmarkt). Elke grafiek toont dit voor een aantal verschillende beleggingsperioden, d.w.z. hoe lang je de aandelen in bezit had:

  1. Figuur 1 doet dit voor beleggingsperioden van 1, 2 en 5 jaar
  2. Figuur 2 voor beleggingsperioden van 5, 10 en 25 jaar
  3. Figuur 3 voor beleggingsperioden van 25, 50 en 100 jaar
Grafiek rendement 1, 2 en 5 jaar
Grafiek rendement 5, 10 en 25 jaar
Grafiek rendement 25, 50 en 100 jaar

Bron voor deze drie grafieken: gebaseerd op data van Robert R. Shiller, Stock Market Data Used in “Irrational Exuberance” Princeton University Press, 2000, 2005, 2015, updated data, gedownload van de Department of Economics aan Yale University. De aanpassingen van het ToekomstFonds aan deze file om de evidence base voor het fonds te ontwikkelen kunnen hier worden gedownload.

We hebben deze beleggingsperioden opgesplitst in drie grafieken, in plaats van in één grafiek, om duidelijker te laten zien dat hoe langer je belegt, hoe veiliger het wordt. De beleggingsperioden ‘5 jaar’ en ’25 jaar’ staan expres allebei in twee grafieken op doel, dit is geen ongelukje :). Verderop staat uitgelegd waarom dit is.

Het eerste wat opvalt aan deze drie grafieken is hun x-assen. Ze beginnen allemaal in 1871. Dit komt omdat we vanaf dit jaar goede beleggingsdata beschikbaar hebben. De lijnen zijn ‘voortschrijdende gemiddelden’, wat betekent dat elke maand een nieuw gemiddelde werd berekend voor de 1, 2, 5, 10, 25, 50 of 100 jaar voorafgaand aan de maand waarvoor gerapporteerd wordt. Daarom beginnen de lijnen die staan voor langere beleggingsperioden pas later in de grafiek. In totaal zijn er voor de grafieken 1794 maanden geanalyseerd tussen januari 1871 en juni 2020.

Het tweede dat opvalt aan de grafieken is dat het gemiddelde rendement op beleggen in de ‘markt als geheel’ in de afgelopen 150 jaar 7,0% per jaar was. Nogmaals, dit is ‘reëel rendement’: het is al gecorrigeerd voor inflatie. Het gemiddelde ongecorrigeerde rendement is hoger, 9,1% (de gemiddelde inflatie per jaar was 2,1%).

Het derde en laatste punt om op te merken aan de grafieken is dat naarmate de beleggingsperiode groter wordt, de variantie (‘variantie’ betekent hoeveel de lijn afwijkt van het gemiddelde) rond de gemiddelde rente van 7,0% kleiner wordt. Let bijvoorbeeld op hoeveel de y-assen van de drie grafieken verschillen. Als je voor 1 jaar investeerde, en als je precies in de juiste maand begon, had je een rendement kunnen behalen van 151,3% (!). Echter, als je pech had en je begon in de slechtste maand, had je -58,1% rendement gehad (dit betekent dat je 58,1% verlies had gehad). Afhankelijk van de maand en het jaar waarin je begon te investeren, kon je dus bij een beleggingsperiode van 1 jaar echt geluk of pech hebben. Echter, naarmate de investeringsperiode groter wordt, worden het beste rendement dat je had kunnen behalen steeds kleiner, en het slechtste rendement steeds hoger. Met 5 jaar zijn deze twee getallen al 33,3% en -13,2%, met 10 jaar 20,0% en -5,9%, enzovoort.

Daarom staan ‘5 jaar’ en ’25 jaar’ beide in twee grafieken: hiermee hebben we voor jullie als lezer de willen visualiseren dat naarmate de investeringsperiode groter wordt, het beste en slechtste rendement dat je had kunnen behalen, steeds dichter naar gemiddelde van 7,0% beweegt. De lijn met de kleinste variantie in de eerste grafiek (investeringsperiode van 5 jaar) is dezelfde lijn als de lijn met de grootste variantie in de tweede grafiek! En dit geldt hetzelfde voor de lijn met de kleinste variantie in de tweede grafiek (beleggingsperiode van 25 jaar): dit is dezelfde lijn als de lijn met de grootste variantie in de derde grafiek. Dit laat duidelijk zien hoe veel de variantie rondom het gemiddelde van 7,0% afneemt naarmate de investeringsperiode toeneemt. Dus, de eerste conclusie van al deze data is: hoe langer de investeringsperiode, hoe kleiner de variantie rond de gemiddelde rente.

Een andere manier om de hierboven besproken data te visualiseren is om het laagste en hoogste gemiddelde jaarlijkse rendement voor elke investeringsperiode te tonen. Wanneer je dat doet, krijg je het staafdiagram hieronder.

Laagste en hoogste gemiddelde rendement per jaar voor diverse beleggingsperioden in de afgelopen 150 jaar. Merk op dat voor beleggingsperioden van 25, 50 en 100 jaar het gemiddelde rendement per jaar ALTIJD positief was, ongeacht de maand en het jaar waarin je begon met beleggen. Bron: gebaseerd op data van Robert R. Shiller, Stock Market Data Used in “Irrational Exuberance” Princeton University Press, 2000, 2005, 2015, updated data, gedownload van de Department of Economics aan Yale University. De aanpassingen van het ToekomstFonds aan deze file om de evidence base voor het fonds te ontwikkelen kunnen hier worden gedownload. Data zijn reeds gecorrigeerd voor inflatie.

Merk hierbij op dat er sinds 1871 geen enkele (!) investeringsperiode van 25 jaar is geweest — van 1794 geanalyseerde perioden, elk beginnende in een andere maand — waarin het gemiddelde reële rendement per jaar op de ‘aandelenmarkt als geheel’ minder dan 0 was. Dit komt ook overeen met de lijngrafiek voor deze investeringsperiode die we eerder lieten zien – de lijn daalt nooit onder 0. Als je enorme pech had en je begon te investeren in de allerslechtste maand, dan had je nog steeds een positief rendement behaald van gemiddeld 1,9% per jaar. Als je geluk had, en je begon in het best mogelijke jaar, behaalde je een gemiddeld rendement van 12,1% per jaar.

De tweede conclusie van al deze gegevens is dus: zolang je zo gediversifieerd mogelijk investeert (in de markt als geheel) en je een beleggingshorizon van meer dan 25 jaar hebt, dan is investeren in aandelen veilig en geeft het een gemiddeld rendement van 7,0% per jaar. Dezelfde berekeningen kunnen worden gedaan voor het sparen van geld. Hiervoor hebben we gekeken naar Amerikaanse staatsobligaties van 10 jaar (je kunt dit zien als ‘sparen bij een overheid’). Ook sparen is veilig, maar geeft een lager gemiddeld rendement van 2,3% per jaar.

Sinds 1871 is er geen enkele (!) investeringsperiode van 25 jaar geweest waarin het gemiddelde reële rendement per jaar minder dan 0 was.